Sering

Seringen bloeien gewoonlijk in mei. Het is een prachtige heester met bloesem die lekker geurt. Seringen kunnen hoog en breed uitgroeien, daarom worden ze in kleine tuinen wat minder gezien.


Van de ongeveer 2000 cultivars worden maar een kleine 60 soorten te koop aangeboden. Tegenwoordig worden er gelukkig ook seringen gekweekt die minder groot worden. Zo is er voor ieder een mooie sering beschikbaar! 
 

Naamgeving

Familie Oleaceae - olijffamilie
Latijnse naam Syringa vulgaris
Engelse naam Common Lilac
Franse naam Lilas commun
Duitse naam Flieder

 

Herkomst 

  • Seringen werden voor het eerst ontdekt in de hoftuin van de Turkse Sultan Süleyman I. De Oostenrijkse ambassadeur bracht enkele planten mee naar Europa en plantte die in zijn tuin in Wenen. Hij nam deze zelfs mee, toen hij naar Frankrijk moest gaan verhuizen.
  • De Syringa vulgaris gewone Sering komt in het wild voor in de bergen van Zuid-Oost-Europa. Andere soorten ontdekte men in China en Korea.
  • De wetenschappelijke naam Syringa danken we aan de Griekse legende van de nimf Syrinx die voor de God Pan vluchtte en door hem in riet veranderd werd. Van dit riet maakte Pan zijn eerste herdersfluit panfluit. Het woord Sering is een verbastering.
  • De meeste Seringen die we in Europa en Amerika nu kennen, zijn gedurende de laatste 150 jaar gekweekt.
  • De Franse kweker Victor Lemoine heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. Hij ontdekte een Sering met gevulde bloemen en kweekte een nieuw ras, de Franse Seringen. Hij bracht ca. 200 eigen kruisingen in de handel. In de jaren twintig introduceerde de kweker Notcutts enkele van Lemoines Seringen in Engeland. Hij kweekte zelf ook nieuwe cultivars. Het werk van Lemoine werd na diens dood voortgezet door de Russische kweker Kolesnikov .
  • Ook in USA en Canada kweekte men nieuwe soorten. Het meest opzienbaar is een groep Seringen die John Dunbar kweekte. Het zijn Seringen met zeer grote bloemen.

 

Plantkundige kenmerken

  • Sering is een bladverliezende struik die tot 4 m hoog kan worden.
  • De bladeren zijn, afhankelijk van de soort, hartvormig, lang, smal, gelobd of geveerd en kunnen van verschillende grootte zijn.
  • Er zijn ook soorten S.olea en S. osmanthus die hun bladeren gedurende de winter behouden. De bloemen staan in pluimen wit, licht-of donkerpaarspaars met witte randjes. De individuele bloemen worden door kwekers ook nagels genoemd. De kleuren zijn van zuiver wit tot zacht lila met een roze of blauwe gloed en van violet, magenta tot diep paars. De tinten binnen de kleuren veranderen langzaam als de bloemen zich ontwikkelen. Deze openen zich van onder naar boven aan de trossen. Ook verandert de kleur van de bloemen gedurende de bloei.
  • Bij de cultivar 'Firmament'zijn de knoppen bij het opengaan mauve en worden dan steed blauwer. Het weer kan hierbij een rol spelen. Onder koele en vochtige omstandigheden wordt de kleur dieper en intenser, bij warm weer vervaagt hij meer.
     

Standplaats en planten

  • Seringen staan het liefst op kalkhoudende grond, maar zullen het ook goed op andere grondsoorten doen, mits deze goed doorlatend is. Aan zware kleigrond kunt u het beste zand en compost toevoegen. U kunt de sering ook in een kuip zetten. Regelmatig water geven is dan wel een vereiste.
  • Belangrijk is een zonnige en beschutte plaats want de knoppen kunnen in de winter door vorst beschadigd worden.
  • Seringen kunnen in het najaar en in het vroege voorjaar geplant worden.
     

Snoei

In een wat oudere sering kunt u verjongingssnoei toepassen, liefst over drie jaar verdeeld zodat de nieuwe scheuten geleidelijk de opengevallen ruimte kunnen vullen. Het is aan te bevelen om de uitgebloeide bloemtrossen af te knippen omdat daardoor de groei van de struik bevorderd wordt.
 

Soorten

Van de vele cultivars noem ik er enkele. Voor liefhebbers van sterk geurende seringen met ongevulde bloemen:

  • 'Primrose': roze-gele bloemen, 3 tot 4 m hoog. 'Marie Legraye': witte bloemen , 3 tot 5 m hoog.
  • 'Ruhm van Horstenstein': licht blaupaarse bloemen, 2 tot 3 m hoog.
  • 'Sara Sands': grote rood-blauwe bloemen, 2 tot 4 m hoog.
  • 'Sensation': paarse bloemen met witte randjes, 3 tot 4 m hoog.
  • 'Andenken an Ludwig Späth':dieppaarse bloemen, 3 tot 4 m hoog.
  • 'Decaisne': lichtblauwe bloemen in grote trossen, 1 tot 3 m hoog.
  • Voor liefhebbers van sterk geurende gevulde bloemen:
  • 'Henry Robert': violetblauwe bloemtrossen.
  • 'Marie Frances': koraalroze bloemen, 1,5 tot 1,8 m hoog.
  • 'Monique Lemoine': zuiverwitte bloemen, 2 tot 3 m hoog.
  • 'G.J.Baardse': diep paarsrode bloemen.

 

Voor de kleine tuin:

  • Syringa laciniata: een elegante struik die maar 1,5 m hoog wordt. Lichtlila bluimen.
  • Syringa meyeri 'Palibin': bolvormige struik, 1,5 m hoog met sierlijk hangende twijgen. Bloeit met violetpurper bloemen in mei, soms ook in september.
  • Syringa microphylla : dieproze, sterk geurende bloemen, 1,5 m hoog.
  • Laatbloeiende Seringen:
  • Syringa reticulata bloeit in juni-juli met roomwitte bloemen. Kan 7 m hoog worden en heeft een afschilferende, bruine bast.
  • Syringa patula 'Miss Kim'heeft geurende, paarse bloemen en een opvallende herfstkleur.

 

Verwant aan Sering zijn forsythia, winterjasmijn, liguster en schijnhulst.
 

Ziekten en plagen

Het zogenaamde zwart en de seringenmot zijn de meest voorkomende aantastingen. Het zwart wordt veroorzaakt door vorst en koude weersomstandigheden in het voorjaar. U kunt de aangetaste delen het beste wegknippen. De seringenmot is een rupsje dat in de bladeren leeft zodat er lichtgekleurde lijnen op het blad ontstaan. Wanneer er niet te veel bladeren aangetast zijn, kunt u deze verwijderen.

 


Bron: Redactie door Brigit Kahlert


Copyright: Floramedia Database

Reacties: