Na kevers vormen vlinders de op een na grootste diergroep op aarde. Er zijn wereldwijd zeker 160.000 soorten bekend. De meeste komen in de tropen voor, maar er zijn ook vlinders die in koude gebieden leven en andere zelfs in hete, droge woestijnen. Als er maar planten zijn waarbij ze nectar uit de bloemen kunnen drinken.

Kieskeurig qua voedsel
Veel rupsen zijn heel kieskeurig. Ze lusten maar groen van een paar soorten planten, soms zelfs maar van één soort. De vlindervrouwtjes die de eitjes afzetten weten dat en kiezen precies de juiste soorten. Uit die eieren komen op een gegeven moment rupsen die onmiddellijk gaan eten van de planten waarop ze zijn geboren.

Een landkaartje die zijn eitjes afzet op een brandnetel

Vlinderrupsen
Vlinderrupsen kunnen allerlei kleuren hebben en soms hebben ze een harig lijf. Daar kun je beter afblijven, want die haren kunnen soms heel irritant zijn. De meeste rupsen hebben drie paar voorpoten en vijf paar buikpoten met haakjes aan het achterlijf. Met de haakjes houden ze zich vast. De rupsen eten voortdurend door en groeien dan stevig. Daarom moeten ze vervellen, want op een gegeven moment passen ze niet meer in het velletje dat ze hebben.

Kleine vos op lavendel

Verpoppen
Na enkele vervellingen gaan ze zich verpoppen. Ze spinnen zich ergens in en dan gebeurt er iets ongelooflijks. In de pop verandert de rups in een vlinder die zich eruit werkt, de vleugels oppompt tot ze stevig zijn en de wijde wereld invliegt. Om makkelijk verschillende vlinders te herkennen hebben wij een aantal tips.

Sommige vlinders leven maar één seizoen, andere kunnen jaren oud worden. Er zijn ook trekvlinders die soms duizenden kilometers vliegen, naar het zuiden als het koud wordt en in de lente weer terug.

Tip: ruim in het najaar afgevallen blad niet helemaal op, er overwinteren veel rupsen en poppen tussen.

Lees meer  Livistonia - Palmboom