Goede grond bevat veel humus. Humus ontstaat door half-verteerde plantedelen en dierlijke mest met stro. Deze zorgen dat er schimmels, bacteriën en andere bodemorganismen in de grond komen, die er op hun beurt weer voor zorgen dat er voedingsstoffen door de planten opgenomen kunnen worden.

Bemesting

Humeuze grond is donker van kleur, hoe meer humus hoe donkerder de grond. Dus om een goede plantengroei te krijgen moet er compost of dierlijke mest (oude koemest) in de grond. In het groeiseizoen kan eventueel nog bijgemest worden met kunstmest, maar kunstmest heeft geen gunstig effect op de grondstructuur.

Wel kunnen de planten snel de voedingsstoffen opnemen wat bij natuurlijke meststoffen en compost wat langer duurt, omdat deze stoffen eerst wat moeten verteren voordat er voedingsstoffen vrij komen.
 

Kunstmest

Goede kunstmest voor de siertuin bestaat meestal uit drie stoffen: n.l. Stikstof, Fosfor en Kali.

  • Stikstof zorgt voor de groei van blad. Bij een teveel aan stikstof produceert de plant alleen veel blad maar krijgt niet de tijd om bloemen te maken.
  • Fosfor zorgt voor een goede groei van de bloemen en wortels.
  • Kali zorgt ervoor dat het voedsel door de plant opgenomen kan worden.

 

Na de maanden juni/juli is het beter geen kunstmestgift meer te geven omdat de planten dan te lang doorgroeien en niet voldoende afgehard zijn voor de winter. Het gevolg is dat ze dan extra kwetsbaar zijn voor vorst of ziektes.