Mussensoorten

Velen onder ons kennen wel de tjilpende Huismussen die op de zomerse terrasjes ijverig de grond en de tafeltjes afschuimen op zoek naar etensrestjes. Daarbij zijn ze helemaal niet schuw van de mensen die van de zon en een drankje zitten te genieten. Mussen staan bekend als langslapers, maar als ze eenmaal wakker zijn wordt er – vooral in maart en april – heel wat afgetjilpt en kan je het aantal mussen in je omgeving vrij gemakkelijk tellen.

Slechts weinig mensen weten dat in ons land twee mussensoorten voorkomen, die allebei in de omgeving van de mens vertoeven, de huismus en ringmus. Het onderscheid tussen beide soorten is vrij gemakkelijk te maken. De Ringmus heeft een koffiebruin gekleurd schedeldak terwijl de Huismus een grijs kopje heeft. Verder heeft de ringmus een witte halsring die al van verre opvalt.

De huismus

De Huismus-man Passer domesticus heeft een mooie grijze kop, een zwarte bef, bleke wangen en een bleke borst. Het vrouwtje is iets meer lichtbruin met een opvallende lichte wenkbrauwstreep. Zij heeft, net als de jongen geen zwarte bef en is wat doffer van kleur.
Oorspronkelijk broedde de Huismus in kolonies en in bomen, maar geleidelijk heeft ze zich aangepast en is ze een bewoner van menselijke bouwsels geworden, met een voorliefde voor holten onder dakgoten en dakpannen.

 

Hun vindingrijkheid kent geen grenzen! In steden vindt men ze vooral broedend onder dakgoten, verlaten panden, muurnissen, een dichte muurbegroeiing klimop enz…. Daarbij moet er toch steeds ook wat groen in de omgeving aanwezig zijn: struiken, grasperk, enkele bomen, een rommelhoekje…
Voedsel: plantaardig en dierlijk voedselafval van de menselijke samenleving. Ook onkruid- en graszaden, granen. In de zomer ook insecten, spinnen, kiemplantjes, blad- en bloemknoppen. Kleine en grotere sappige vruchten aan bomen en struiken.

De ringmus

De ringmus komt in Nederland voor als standvogel. In het najaar verzamelen ze zich, evenals Huismussen, in kleine troepjes die dan aan de randen van steden en dorpen, volkstuintjes en verloren hoekjes op zaden afstropen. Soms verzamelen ze zich in grote zwermen met andere zaadetende zangvogelsoorten in het open veld waar ze op onkruidveldjes foerageren.
Het mannetje en het vrouwtje 15cm hebben hetzelfde kleed, zodat geslacht en leeftijd strikt geheim worden gehouden. De bovenzijde is bruin met zwarte vlekken en strepen. De onderzijde is vuilwit en het midden van keel en kin zijn zwart. In de vlucht is een witte band op de vleugel zichtbaar.

De ringmus is een beweeglijk en kwieke vogel, hij is drukker en opgewekter, leniger en beweeglijker dan zijn populaire stadsneef. Deze plattelandsbewoner heeft een onopvallende natuur en is gereserveerd, zelfs bang. In de vlucht laten ze een kenmerkend ” tek-tek” horen.
Voedsel: grote verscheidenheid van plantaardig en dierlijk voedsel. Meer kleine onkruidzaden dan de huismus.

Lees meer  Zaailingen verzorgen

De tuin

Het valt op dat in sommige tuinen zomer en winter een mussenkolonie tjilpt, terwijl in andere tuinen nooit een mus wordt waargenomen. Als je dan eens goed naar beide tuinen kijkt dan valt het op dat in de mussentuinen altijd wel een dichte groenblijvende haag of wat bosjes aanwezig zijn waaruit bijna het hele jaar rond getjilp klinkt. Advies: richt ook uw tuin gevarieerd in!

De stad

Volwassen mussen komen blijkbaar op patat en koekjes de zomer wel door, terrasjes en de stoep voor de snackbar zijn mussenrijke gebieden. Maar voor voortplanting is hoogwaardig eiwit nodig en voldoet een stukje frikadel niet. Dus bij de Febo maar geen mussenkast ophangen. Maar een mussenkast op een balkon 10 hoog, waar netjes bijgevoerd wordt met brood én maden of meelwormen… gewoon in de handel. Het zou goed kunnen, al lijkt me een meersgezinskast wel een érg groot avontuur worden.
Bron: www.kruidenvrouwtje.nl

Bedreiging

Door de verstedelijking en de steeds kleinere tuinen is de huismus steeds minder te vinden in de tuin en dat is enorm jammer. De mus is een gezellige vogeltje dat niet mag ontbreken in een levendige tuin. Daarom is het noodzakelijk om ze extra nestruimte aan te bieden.
Laat het niet gebeuren dat deze vogel uit onze leefomgeving zal verdwijnen!!

Een mussenkoloniekast is een uitstekende oplossing.
Deze kast is zowel geschikt om in te metselen in als op te hangen aan objecten.
Vanaf 2 meter hoogte, kunnen meerdere bij elkaar geplaatst worden.
Geschikt voor de volgende bewoners; huis en ringmussen eventueel ook huisroodstaartjes.