Rozen verzorgen in de zomer en herfst.

De planten zijn dan volop in de groei en bloeien rijk. Vanaf augustus is het beter niet meer te mesten. In de nazomer moeten planten verhouten, anders gaan ze vorstgevoelig de winter in.

Zomersnoei

Wie van rozen houdt, wil van de struiken op hun mooist genieten. Om die reden worden uitgebloeide bloemen uitgeknipt. Niet te diep, kijk goed of er al nieuwe scheuten zijn aangelegd. Bij trosrozen verwijdert u de uitgebloeide bloemen met de hand, tot de gehele tros kan worden uitgeknipt. Terugknippen doet u voornamelijk ‘voor het mooi’, niet zozeer als bloeistimulans. Wel kan de vorm van de plant met ¬†zomersnoei worden gecorrigeerd door erg lange scheuten flink in te korten. Er zijn ook rozen die een tweede bloei geven. Tijdens of direct na de bloei vormen zich van onderuit de plant nieuwe scheuten. De rozen beginnen als het ware weer van voren af aan. Knip uitgebloeide delen af, dat staat netjes.

Bij Oude rozen kunt u na de (eenmalige) zomerbloei de struik dunnen. Daarbij worden de oudste takken weggezaagd. Veel Oude rozen bloeien elk seizoen eenmaal, maar sommige hebben nabloei zoals ‘Ferdinand Pichard’. Houd daar eventueel rekening mee bij het snoeien. Oude rozen groeien uit tot flinke struiken.

Herfst: late bloei, bottels

Vrucht (bottel)vorming kost veel energie. Daarom laat u het bij rozen meestal niet tot bottelvorming komen. In de nazomer kunt u de laatste rozen echter gerust laten uitbloeien, want bottels staan leuk in de winter. Zolang het niet vriest, kunnen rozen bloeien. Worden ze overvallen door de winter, dan zien ze er uit als gesuikerde rozen. Ook dat is mooi.

 

Lees ook:

Lees meer  Zonnehoed