Wanneer in mei de spierstruik bloeit, lijkt het als of hij met sneeuw bedekt is. Naast de witte bekende variant bestaan er nog vele andere soorten in paarse en roze tinten.
Van deze heestersoort zijn er voorjaars- en zomerbloeiers. Het gaat hier om een grote familie van winterharde spierstruiken die inheems zijn in verschillende gebieden van de aarde. Er zijn meer dan 80 soorten. Er is b.v. een Amerikaanse, een Noorse, een Chinese en een Japanse spierstruik. De Noorse soort bloeit twee weken eerder dan de Nederlandse Spiraea arguta en cantoniensis. Deze staan bekend om zijn mooie witte bloemen en bolvormige schermen. Er zijn bladverliezende en half groenblijvende soorten.
(Spiraea cantoniensis en arguta)
Rosaceae – rozenfamilie
Het Latijnse woord spirea is afgeleid van het Griekse woord speira wat gevlochten net betekent. Waarschijnlijk heeft men vroeger de lange, gebogen afhangende takken voor vlechtwerk gebruikt.
Spierstruiken zijn geschikt om er een heg mee te maken.
Spierstruiken staan het liefst in de zon. Dit kan zowel op zand als op kalkhoudende bodem. De spierstruik cantoniensis houdt meer van een licht kleiige grond. Een uitzondering is Spiraea vanhouttei, die het ook in de schaduw goed doet.
Alle spierstruiksoorten worden na de bloei gesnoeid. De uitgebloeide bloemen moeten worden verwijderd. Uitdunningssnoei is ieder jaar noodzakelijk om de struik gezond en jong te houden. De spierstruik cantoniensis bloeit op tweejarig hout. Uitgebloeide stengels worden bij de grond af boven een zichtbaar oog afgeknipt. De jonge scheuten zullen in het jaar daarop bloeien. Men spreekt hier van een periodieke verjongingssnoei.
De Spierstruik kan door stekken vermeerderd worden.
Lees ook:
Laat een reactie achter