Een tuin is geen statisch geheel. Als een tuin is aangelegd naar een ontwerp op papier is hij daarmee niet klaar. Planten ontwikkelen zich op hun eigenwijze manier op iedere groeiplek weer anders. Sommigen worden groter dan verwacht, anderen slaan geheel onverwacht niet aan. Na vijf jaar is het een goed moment om te evalueren hoe je tuin ervoor staat. Sommige delen van je tuin zijn duidelijk succesvol, andere stukjes, waarvan je steeds bleef hopen dat het nog wat zou worden, kun je na vijf jaar toch echt wel opgeven. Je smaak heeft zich in de tussentijd in veel gevallen ook weer verder ontwikkeld. Sommige onderdelen van het ontwerp kunnen om verandering vragen omdat ze onpraktisch blijken, omdat je nieuwe mogelijkheden ziet of eigenlijk toch heel graag een vijver of een extra terras wilt. Tijd dus voor een grote reorganisatie.


Grote vlakken lavendel: mooi, maar niet erg natuurlijk

 

Ook mijn eigen tuin is inmiddels vijf jaar oud. In de komende artikelen zal ik beschrijven hoe ik de veranderingen in mijn eigen tuin aanpak. Ik begin met de achtertuin die op het zuiden ligt. In volgende afleveringen ga ik in op de schaduwrijke voortuin, die een stinzentuin moet worden, de smalle zijtuin een typisch voorbeeld van zo’n stukje tuin dat niks wil worden en die een meer praktische bestemming krijgt, het creëren van meer speelmogelijkheden in de tuin voor mijn dochter en de ontwikkeling van de vijver.

Te kunstmatig

Aan de westkant van mijn achtertuin liggen drie heuveltjes van circa een meter hoog. Deze heuvels zijn naar een ontwerp van tuinarchitect Luc Engelhart beplant met vakken vaste planten als lavendel, salvia’s, geranium, smeerwortel, hoge campanula’s, stevige margrieten, rudbeckia’s en stekelnootje. Als tweejarige of kortlevende planten zijn kaardebol, judaspenning en venkel toegepast. Tussen en naast deze planten staan diverse struiken, enkele pollen Miscanthus en wat kleine boompjes. In de afgelopen jaren is een aantal planten verdwenen, terwijl anderen zich flink hebben uitgebreid. Er zijn zo flinke gaten in de beplanting gevallen en de soortenrijkdom is afgenomen. De lavendel is in heel grote vlakken geplant. En hoewel dat tijdens de bloei een prachtig effect heeft, blijft het toch wat kunstmatig ogen.

Dijkbegroeiing als inspiratie

Ik heb besloten dat ik voor de drie heuvels één soort beplanting wil nastreven. Niet precies gelijk, maar wel zo dat bepaalde soorten op alle drie de plaatsen terug te zien zijn, zodat het visueel meer een eenheid vormt. Inspiratiebron zijn ruige dijkbegroeiingen: bloemrijk en kleurrijk, met veel tweejarigen, niet te fijntjes. Ik wil niet uitsluitend met inheemse planten werken, maar vooral inheemse planten toevoegen aan de cultuurplanten die er nu al zijn.

Ik begin met het uitspitten van een aantal struiken die niet mooi zijn of het door mij gewenste beeld te zeer verstoren. Wel een vreemde ervaring om een gezonde struik ter dood te veroordelen, het voelt toch anders dan een brandnetel uittrekken. Even doorzetten maar. Het resultaat is een verrassend ander beeld: de kruidachtigen overheersen nu, dat geeft een andere sfeer.

Kratten vol nieuwe planten

De volgende stap is om de grote groepen lavendel, salvia en geranium op de heuvels op te splitsen in kleinere groepen en deze over de drie heuvels te verdelen. Er ontstaat nu een soort schuifspelletje. Hier een plant eruit, om hem te kunnen herplanten moet elders weer wat opschuiven, wat ook weer naar een nieuw plekje moet. Na twee dagen spitten en schuiven zijn de bestaande planten grotendeels opnieuw verdeeld in kleinere groepen planten van zo’n twee tot zeven exemplaren, waarbij dezelfde soort op verschillende plaatsen in de beplanting terugkomt. Het ziet er zo al veel natuurlijker uit. Nu nog aanvullen met wilde soorten. Op naar kweker Jan Neelen in Hem. Ik kom thuis met 3 kratten vol planten: veldsalie Salvia pratense, beemdkroon Knautia arvensis, klaver Trifolium ogroleucum, verschillende soorten herfstasters, zwarte toorts Verbascum nigrum, ruit Thalictrum minor. Uit andere delen van de tuin haal ik Geranium sanguineum, wilde marjolein Origanum vulgarum en bieslook. Na drie dagen staat alles erin.

Nazorg en geduld

En dan komt de nazorg: veel water geven ben ik o zo slecht in en op de pas omgewoelde delen het onkruid weghouden zodat de nieuwe planten alle ruimte hebben. Opeens kan ik ook weer meevoelen met de slakkenhaters: waarom moeten ze nu net aan die mooie nieuwe plantjes knagen? Hopen maar dat de schade beperkt blijft.


JNieuwe planten tussen de lavendel,
het moet allemaal nog groeien.

 

Ben ik tevreden over mijn reorganisatie? Tot nu toe wel. Natuurlijk ziet het er in het echt nog niet zo uit als in mijn hoofd. Het is een mengeling van stevig uitgegroeide planten en bescheiden plantjes vers van de kwekerij. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat het komende jaren een mooi plaatje gaat worden. Als je in de buurt van Zuid-Scharwoude woont: je bent van harte welkom om het te komen bekijken stuur een mailtje voor mijn adres.

Tips voor je eigen tuinreorganisatie:

– Als je een grote tuin hebt, pak de reorganisatie dan per tuindeel aan, dan hou je het overzichtelijk en werkbaar.
Bepaal per tuindeel een duidelijk beeld waar je naar toe wilt. Je kunt je laten inspireren door natuurlijke begroeiingen. Natuurboeken en flora’s kunnen helpen bij het selecteren van gewenste plantensoorten. Je hoeft niet altijd wilde soorten gebruiken, je kunt ook uitheemse planten of cultivars kiezen die een vergelijkbaar uiterlijk hebben.
– Wees zuinig op wat je hebt, probeer zoveel mogelijk van je bestaande planten te hergebruiken, tenzij de reden voor je reorganisatie natuurlijk is dat de huidige planten je niet bevallen. Maar soms kan hergroeperen in combinatie met beperkt nieuwe planten aanschaffen al wonderen doen.

Redactie Esther de Winter

Lees ook:
Zelf je tuinontwerpen?
Gluren bij de buren?
Meer over beplanting
Praat mee op het tuinenforum
Meer over buitenleven
Blijf op de hoogte van de tuinnieuwtjes